Het verschil tussen een reclame en een speelfilm is over het algemeen makkelijk te zien. Maar bij het benoemen van de categorie waarin “Hillary: The Movie” valt moet het Amerikaanse Hooggerechtshof uitkomst bieden.
De film is gewijd aan Hillary Clinton en uitgebracht in de periode dat zij met Barack Obama in felle strijd verwikkeld was over de Democratische nominatie. En de inhoud is op zijn zachts 'anti-Hillary' te noemen. Conservatieve commentatoren en Republikeinse kopstukken vertellen gedurende 90 minuten waarom zij volledig ongeschikt is om Amerika's volgende president te worden.
De zaak kwam aan het het rollen toen Citizens United, de conservatieve organisatie achter de film, zendtijd voor trailers wilde inkopen. De zender wilde daar geen gehoor aan geven omdat “Hillary” in hun ogen geen film is maar een politieke reclame van anderhalf uur. En die mogen alleen worden uitgezonden worden als het einde van de reclame de geldschieters vermeldt. Citizens United stapte daarop naar de rechter: de film is een artistieke uiting en valt onder de vrijheid van meningsuiting. Dat de timing en inhoud het politieke proces kunnen beïnvloeden doet daar naar hun mening niets aan af.
Aan de negen leden van het Hooggerechtshof nu de lastige taak deze zaak tot een goed einde te brengen. Enerzijds is het onwenselijk dat mensen niet langer politiek getinte films kunnen financieren zonder voor hun politieke voorkeur uit te komen. Anderzijds als in campagnetijd alles gezegd kan worden zonder dat het publiek weet waar de boodschap vandaan komt zet dat de deur open voor de meest lage en anonieme beschuldigingen – een strategie die men in de Amerikaanse politiek al jaren probeert te beteugelen.
De uitspraak over “Hillary: The Movie” wordt in september verwacht.
Monday, 6 July 2009
Thursday, 2 July 2009
Feestje kost advocaat baan
Advocaat Larry Wilder zal de avond doorzakken op 17 juni niet snel vergeten. Niet allleen omdat hij die ochtend slapend in een vuilnisbak werd aangetroffen; het kostte hem zijn baan bij de gemeenteraad van Jefferson City in de Amerikaanse staat Indiana.
Nog voldoende bij zinnen om te beseffen dat hij niet moest rijden bleek de afstand van zijn taxi naar zijn voordeur te ver. En daar werd Wilder, na een telefoontje van zijn buurvrouw, door de politie aangehouden. Nog voordat het gemeenstebestuur zich over eventuele sancties had kunnen beraden besloot Wilder op te stappen. Hij had weliswaar niets strafbaars gedaan, zei hij, maar “it's a private matter made public because I am a public person.”
De zaak krijgt ongetwijfeld nog een staartje. Eén van de agenten nam een foto van de slapende Wilder die sindsdien op Internet een eigen leven is gaan leiden. Hoewel hij daarmee geen regels overtrad – Wilder lag op de openbare weg – zal de hoofdofficier hem ter verantwoording roepen. “I would prefer my officers not take private pictures of police activities.”
Nog voldoende bij zinnen om te beseffen dat hij niet moest rijden bleek de afstand van zijn taxi naar zijn voordeur te ver. En daar werd Wilder, na een telefoontje van zijn buurvrouw, door de politie aangehouden. Nog voordat het gemeenstebestuur zich over eventuele sancties had kunnen beraden besloot Wilder op te stappen. Hij had weliswaar niets strafbaars gedaan, zei hij, maar “it's a private matter made public because I am a public person.”
De zaak krijgt ongetwijfeld nog een staartje. Eén van de agenten nam een foto van de slapende Wilder die sindsdien op Internet een eigen leven is gaan leiden. Hoewel hij daarmee geen regels overtrad – Wilder lag op de openbare weg – zal de hoofdofficier hem ter verantwoording roepen. “I would prefer my officers not take private pictures of police activities.”
Wednesday, 1 July 2009
Weg met advocaten
De Foundation for Fair Civil Justice organiseert jaarlijks de 'Wacky Warning Label Contest' waarbij het goud dit jaar ging naar de waarschuwing op de 'Off-Road Commode,' een mobiele WC die bevestigd kan worden aan een trekhaak. “Not for use on moving vehicles.”
Volgens de organisator is de wedstrijd niet alleen voor de lol maar ook bedoeld om de uit de hand gelopen Amerikaanse claimcultuur aan de kaak te stellen. Die zou zo verstikkend werken dat bedrijven uit angst voor rechtszaken afzien van innovatie.
Philip Howard gaat in zijn boek “Life Without Lawyers; Liberating Americans from Too Much Law” een stap verder. Amerika's drang naar regulatie om zo ieder denkbaar risico te vermijden bedreigt de toekomst van het land, aldus de voormalige advocaat. “Legal shackles frustrate teachers, doctors, and managers. Modern law is a main cause of the decline of our social order. Schools and hospitals are falling apart because people within them no longer feel free to make decisions to make them work.”
En met zijn voorbeelden schetst Howard een maatschappij die inderdaad losgeslagen lijkt te zijn. Zo is er de zaak van een vijf-jarig meisje die op school met pennen en schriften begint te gooien; en omdat niemand haar fysiek durft aan te pakken – bang om voor ' child molestation' te worden aangeklaagd – moet de politie er aan te pas komen om haar, geboeid en wel, af te voeren. En wat te denken van een rechter in Washington, D.C. die een stomerij voor $54 miljoen aanklaagde omdat ze zijn broek waren kwijtgeraakt.
De drijvende kracht achter deze ontwikkeling is volgens Howard de burgerrechtenbeweging uit de jaren `60. Maakte die in eerste instantie een eind aan Amerika's apartheidssysteem, uiteindelijk leidde zij tot “a new idea of freedom – where the focus is on the rights of whoever might disagree with a decision.”
Juryrechtspraak, steeds hoger oplopende schadevergoedingen, de neiging van rechters om gedupeerden gelijk te geven en een ten opzichte van 1970 verdubbeld aantal advocaten hebben inmiddels een klimaat gecreeërd waarin geen ruimte is voor eigen verantwoordelijkheid, innovatie of creativiteit. “Americans increasingly go through the day looking over their shoulder instead of where they want to go.”
Howard's oplossingen zijn minder vergaand dan de titel van het boek doet vermoeden. Zo zouden rechters de macht van de jury moeten indammen met “boundaries of reasonableness as a matter of law.” Ook zouden zij zich actiever moeten opstellen om te voorkomen dat absurde zaken - $54 miljoen voor een broek - eindeloos voortduren. Speciale rechtbanken voor medische missers dienen de verjuridisering van de operatiekamer te stoppen.
(Een onderwerp dat hij buiten beschouwing laat maar zeker onderdeel van de oplossing moet zijn, zijn de steeds verder oplopende kosten van rechtelijke verkiezingscampagnes; zo buigt het Amerikaanse Hooggerechtshof zich momenteel over een zaak waarbij een rechter zijn grootste donor vrijsprak. Zonder deze ontwikkeling te benoemen is iedere hervorming bij voorbaat gedoemd te mislukken.)
Hoewel Howard's voorstellen redelijk voor de hand liggen en deels al gangbaar zijn snijdt hij wel degelijk een actueel probleem aan dat bovendien verder gaat dan Amerika. De neiging om het dagelijks leven met meer en meer regelgeving te sturen is een een trend die ieder ontwikkeld land merkt. Ook in Nederland zijn verhalen over leraren en doktoren die overmand door bureaucratie nauwelijks meer aan werk toekomen maar al te bekend.
Anderzijds zijn de verschillen te groot om te stellen dat 'Amerikaanse toestanden' op de loer liggen. Hier kunnen gedupeerden een beroep doen op uitgebreide sociale vangnetten; wettelijk vastgelegde discriminatie heeft sind de Tweede Wereldoorlog niet meer bestaan; en de strijd voor de uitbreiding van individuele rechten werd minder hard gevoerd dan in Amerika.
Ook is het publieke vertrouwen in het Nederlandse rechtssysteem groter. Dat slechts 16 procent van Amerika fiducie zegt te hebben in het juridische apparaat is mede het gevolg van “a calculated 'scare campaign' by corporations,” waar advocaten met reclameslogans als “Get the Cash That You Deserve. Over $100 Million Recovered for Our Clients,” en “No It`s Not A Lottery. It`s Justice” zelf ook aan bijdragen, aldus Howard.
Hoewel hij zowel in zijn titel als in de inhoud van zijn boek af en toe lichtelijk overdrijft maakt Howard een aantal terechte opmerkingen. “Life Without Lawyers” kan zo ook de Nederlandse lezer die met steeds verdergaande regelgeving geconfronteerd wordt aan het denken zetten.
Volgens de organisator is de wedstrijd niet alleen voor de lol maar ook bedoeld om de uit de hand gelopen Amerikaanse claimcultuur aan de kaak te stellen. Die zou zo verstikkend werken dat bedrijven uit angst voor rechtszaken afzien van innovatie.
Philip Howard gaat in zijn boek “Life Without Lawyers; Liberating Americans from Too Much Law” een stap verder. Amerika's drang naar regulatie om zo ieder denkbaar risico te vermijden bedreigt de toekomst van het land, aldus de voormalige advocaat. “Legal shackles frustrate teachers, doctors, and managers. Modern law is a main cause of the decline of our social order. Schools and hospitals are falling apart because people within them no longer feel free to make decisions to make them work.”
En met zijn voorbeelden schetst Howard een maatschappij die inderdaad losgeslagen lijkt te zijn. Zo is er de zaak van een vijf-jarig meisje die op school met pennen en schriften begint te gooien; en omdat niemand haar fysiek durft aan te pakken – bang om voor ' child molestation' te worden aangeklaagd – moet de politie er aan te pas komen om haar, geboeid en wel, af te voeren. En wat te denken van een rechter in Washington, D.C. die een stomerij voor $54 miljoen aanklaagde omdat ze zijn broek waren kwijtgeraakt.
De drijvende kracht achter deze ontwikkeling is volgens Howard de burgerrechtenbeweging uit de jaren `60. Maakte die in eerste instantie een eind aan Amerika's apartheidssysteem, uiteindelijk leidde zij tot “a new idea of freedom – where the focus is on the rights of whoever might disagree with a decision.”
Juryrechtspraak, steeds hoger oplopende schadevergoedingen, de neiging van rechters om gedupeerden gelijk te geven en een ten opzichte van 1970 verdubbeld aantal advocaten hebben inmiddels een klimaat gecreeërd waarin geen ruimte is voor eigen verantwoordelijkheid, innovatie of creativiteit. “Americans increasingly go through the day looking over their shoulder instead of where they want to go.”
Howard's oplossingen zijn minder vergaand dan de titel van het boek doet vermoeden. Zo zouden rechters de macht van de jury moeten indammen met “boundaries of reasonableness as a matter of law.” Ook zouden zij zich actiever moeten opstellen om te voorkomen dat absurde zaken - $54 miljoen voor een broek - eindeloos voortduren. Speciale rechtbanken voor medische missers dienen de verjuridisering van de operatiekamer te stoppen.
(Een onderwerp dat hij buiten beschouwing laat maar zeker onderdeel van de oplossing moet zijn, zijn de steeds verder oplopende kosten van rechtelijke verkiezingscampagnes; zo buigt het Amerikaanse Hooggerechtshof zich momenteel over een zaak waarbij een rechter zijn grootste donor vrijsprak. Zonder deze ontwikkeling te benoemen is iedere hervorming bij voorbaat gedoemd te mislukken.)
Hoewel Howard's voorstellen redelijk voor de hand liggen en deels al gangbaar zijn snijdt hij wel degelijk een actueel probleem aan dat bovendien verder gaat dan Amerika. De neiging om het dagelijks leven met meer en meer regelgeving te sturen is een een trend die ieder ontwikkeld land merkt. Ook in Nederland zijn verhalen over leraren en doktoren die overmand door bureaucratie nauwelijks meer aan werk toekomen maar al te bekend.
Anderzijds zijn de verschillen te groot om te stellen dat 'Amerikaanse toestanden' op de loer liggen. Hier kunnen gedupeerden een beroep doen op uitgebreide sociale vangnetten; wettelijk vastgelegde discriminatie heeft sind de Tweede Wereldoorlog niet meer bestaan; en de strijd voor de uitbreiding van individuele rechten werd minder hard gevoerd dan in Amerika.
Ook is het publieke vertrouwen in het Nederlandse rechtssysteem groter. Dat slechts 16 procent van Amerika fiducie zegt te hebben in het juridische apparaat is mede het gevolg van “a calculated 'scare campaign' by corporations,” waar advocaten met reclameslogans als “Get the Cash That You Deserve. Over $100 Million Recovered for Our Clients,” en “No It`s Not A Lottery. It`s Justice” zelf ook aan bijdragen, aldus Howard.
Hoewel hij zowel in zijn titel als in de inhoud van zijn boek af en toe lichtelijk overdrijft maakt Howard een aantal terechte opmerkingen. “Life Without Lawyers” kan zo ook de Nederlandse lezer die met steeds verdergaande regelgeving geconfronteerd wordt aan het denken zetten.
Subscribe to:
Posts (Atom)