Advocaat Larry Wilder zal de avond doorzakken op 17 juni niet snel vergeten. Niet allleen omdat hij die ochtend slapend in een vuilnisbak werd aangetroffen; het kostte hem zijn baan bij de gemeenteraad van Jefferson City in de Amerikaanse staat Indiana.
Nog voldoende bij zinnen om te beseffen dat hij niet moest rijden bleek de afstand van zijn taxi naar zijn voordeur te ver. En daar werd Wilder, na een telefoontje van zijn buurvrouw, door de politie aangehouden. Nog voordat het gemeenstebestuur zich over eventuele sancties had kunnen beraden besloot Wilder op te stappen. Hij had weliswaar niets strafbaars gedaan, zei hij, maar “it's a private matter made public because I am a public person.”
De zaak krijgt ongetwijfeld nog een staartje. Eén van de agenten nam een foto van de slapende Wilder die sindsdien op Internet een eigen leven is gaan leiden. Hoewel hij daarmee geen regels overtrad – Wilder lag op de openbare weg – zal de hoofdofficier hem ter verantwoording roepen. “I would prefer my officers not take private pictures of police activities.”
Thursday, 2 July 2009
Wednesday, 1 July 2009
Weg met advocaten
De Foundation for Fair Civil Justice organiseert jaarlijks de 'Wacky Warning Label Contest' waarbij het goud dit jaar ging naar de waarschuwing op de 'Off-Road Commode,' een mobiele WC die bevestigd kan worden aan een trekhaak. “Not for use on moving vehicles.”
Volgens de organisator is de wedstrijd niet alleen voor de lol maar ook bedoeld om de uit de hand gelopen Amerikaanse claimcultuur aan de kaak te stellen. Die zou zo verstikkend werken dat bedrijven uit angst voor rechtszaken afzien van innovatie.
Philip Howard gaat in zijn boek “Life Without Lawyers; Liberating Americans from Too Much Law” een stap verder. Amerika's drang naar regulatie om zo ieder denkbaar risico te vermijden bedreigt de toekomst van het land, aldus de voormalige advocaat. “Legal shackles frustrate teachers, doctors, and managers. Modern law is a main cause of the decline of our social order. Schools and hospitals are falling apart because people within them no longer feel free to make decisions to make them work.”
En met zijn voorbeelden schetst Howard een maatschappij die inderdaad losgeslagen lijkt te zijn. Zo is er de zaak van een vijf-jarig meisje die op school met pennen en schriften begint te gooien; en omdat niemand haar fysiek durft aan te pakken – bang om voor ' child molestation' te worden aangeklaagd – moet de politie er aan te pas komen om haar, geboeid en wel, af te voeren. En wat te denken van een rechter in Washington, D.C. die een stomerij voor $54 miljoen aanklaagde omdat ze zijn broek waren kwijtgeraakt.
De drijvende kracht achter deze ontwikkeling is volgens Howard de burgerrechtenbeweging uit de jaren `60. Maakte die in eerste instantie een eind aan Amerika's apartheidssysteem, uiteindelijk leidde zij tot “a new idea of freedom – where the focus is on the rights of whoever might disagree with a decision.”
Juryrechtspraak, steeds hoger oplopende schadevergoedingen, de neiging van rechters om gedupeerden gelijk te geven en een ten opzichte van 1970 verdubbeld aantal advocaten hebben inmiddels een klimaat gecreeërd waarin geen ruimte is voor eigen verantwoordelijkheid, innovatie of creativiteit. “Americans increasingly go through the day looking over their shoulder instead of where they want to go.”
Howard's oplossingen zijn minder vergaand dan de titel van het boek doet vermoeden. Zo zouden rechters de macht van de jury moeten indammen met “boundaries of reasonableness as a matter of law.” Ook zouden zij zich actiever moeten opstellen om te voorkomen dat absurde zaken - $54 miljoen voor een broek - eindeloos voortduren. Speciale rechtbanken voor medische missers dienen de verjuridisering van de operatiekamer te stoppen.
(Een onderwerp dat hij buiten beschouwing laat maar zeker onderdeel van de oplossing moet zijn, zijn de steeds verder oplopende kosten van rechtelijke verkiezingscampagnes; zo buigt het Amerikaanse Hooggerechtshof zich momenteel over een zaak waarbij een rechter zijn grootste donor vrijsprak. Zonder deze ontwikkeling te benoemen is iedere hervorming bij voorbaat gedoemd te mislukken.)
Hoewel Howard's voorstellen redelijk voor de hand liggen en deels al gangbaar zijn snijdt hij wel degelijk een actueel probleem aan dat bovendien verder gaat dan Amerika. De neiging om het dagelijks leven met meer en meer regelgeving te sturen is een een trend die ieder ontwikkeld land merkt. Ook in Nederland zijn verhalen over leraren en doktoren die overmand door bureaucratie nauwelijks meer aan werk toekomen maar al te bekend.
Anderzijds zijn de verschillen te groot om te stellen dat 'Amerikaanse toestanden' op de loer liggen. Hier kunnen gedupeerden een beroep doen op uitgebreide sociale vangnetten; wettelijk vastgelegde discriminatie heeft sind de Tweede Wereldoorlog niet meer bestaan; en de strijd voor de uitbreiding van individuele rechten werd minder hard gevoerd dan in Amerika.
Ook is het publieke vertrouwen in het Nederlandse rechtssysteem groter. Dat slechts 16 procent van Amerika fiducie zegt te hebben in het juridische apparaat is mede het gevolg van “a calculated 'scare campaign' by corporations,” waar advocaten met reclameslogans als “Get the Cash That You Deserve. Over $100 Million Recovered for Our Clients,” en “No It`s Not A Lottery. It`s Justice” zelf ook aan bijdragen, aldus Howard.
Hoewel hij zowel in zijn titel als in de inhoud van zijn boek af en toe lichtelijk overdrijft maakt Howard een aantal terechte opmerkingen. “Life Without Lawyers” kan zo ook de Nederlandse lezer die met steeds verdergaande regelgeving geconfronteerd wordt aan het denken zetten.
Volgens de organisator is de wedstrijd niet alleen voor de lol maar ook bedoeld om de uit de hand gelopen Amerikaanse claimcultuur aan de kaak te stellen. Die zou zo verstikkend werken dat bedrijven uit angst voor rechtszaken afzien van innovatie.
Philip Howard gaat in zijn boek “Life Without Lawyers; Liberating Americans from Too Much Law” een stap verder. Amerika's drang naar regulatie om zo ieder denkbaar risico te vermijden bedreigt de toekomst van het land, aldus de voormalige advocaat. “Legal shackles frustrate teachers, doctors, and managers. Modern law is a main cause of the decline of our social order. Schools and hospitals are falling apart because people within them no longer feel free to make decisions to make them work.”
En met zijn voorbeelden schetst Howard een maatschappij die inderdaad losgeslagen lijkt te zijn. Zo is er de zaak van een vijf-jarig meisje die op school met pennen en schriften begint te gooien; en omdat niemand haar fysiek durft aan te pakken – bang om voor ' child molestation' te worden aangeklaagd – moet de politie er aan te pas komen om haar, geboeid en wel, af te voeren. En wat te denken van een rechter in Washington, D.C. die een stomerij voor $54 miljoen aanklaagde omdat ze zijn broek waren kwijtgeraakt.
De drijvende kracht achter deze ontwikkeling is volgens Howard de burgerrechtenbeweging uit de jaren `60. Maakte die in eerste instantie een eind aan Amerika's apartheidssysteem, uiteindelijk leidde zij tot “a new idea of freedom – where the focus is on the rights of whoever might disagree with a decision.”
Juryrechtspraak, steeds hoger oplopende schadevergoedingen, de neiging van rechters om gedupeerden gelijk te geven en een ten opzichte van 1970 verdubbeld aantal advocaten hebben inmiddels een klimaat gecreeërd waarin geen ruimte is voor eigen verantwoordelijkheid, innovatie of creativiteit. “Americans increasingly go through the day looking over their shoulder instead of where they want to go.”
Howard's oplossingen zijn minder vergaand dan de titel van het boek doet vermoeden. Zo zouden rechters de macht van de jury moeten indammen met “boundaries of reasonableness as a matter of law.” Ook zouden zij zich actiever moeten opstellen om te voorkomen dat absurde zaken - $54 miljoen voor een broek - eindeloos voortduren. Speciale rechtbanken voor medische missers dienen de verjuridisering van de operatiekamer te stoppen.
(Een onderwerp dat hij buiten beschouwing laat maar zeker onderdeel van de oplossing moet zijn, zijn de steeds verder oplopende kosten van rechtelijke verkiezingscampagnes; zo buigt het Amerikaanse Hooggerechtshof zich momenteel over een zaak waarbij een rechter zijn grootste donor vrijsprak. Zonder deze ontwikkeling te benoemen is iedere hervorming bij voorbaat gedoemd te mislukken.)
Hoewel Howard's voorstellen redelijk voor de hand liggen en deels al gangbaar zijn snijdt hij wel degelijk een actueel probleem aan dat bovendien verder gaat dan Amerika. De neiging om het dagelijks leven met meer en meer regelgeving te sturen is een een trend die ieder ontwikkeld land merkt. Ook in Nederland zijn verhalen over leraren en doktoren die overmand door bureaucratie nauwelijks meer aan werk toekomen maar al te bekend.
Anderzijds zijn de verschillen te groot om te stellen dat 'Amerikaanse toestanden' op de loer liggen. Hier kunnen gedupeerden een beroep doen op uitgebreide sociale vangnetten; wettelijk vastgelegde discriminatie heeft sind de Tweede Wereldoorlog niet meer bestaan; en de strijd voor de uitbreiding van individuele rechten werd minder hard gevoerd dan in Amerika.
Ook is het publieke vertrouwen in het Nederlandse rechtssysteem groter. Dat slechts 16 procent van Amerika fiducie zegt te hebben in het juridische apparaat is mede het gevolg van “a calculated 'scare campaign' by corporations,” waar advocaten met reclameslogans als “Get the Cash That You Deserve. Over $100 Million Recovered for Our Clients,” en “No It`s Not A Lottery. It`s Justice” zelf ook aan bijdragen, aldus Howard.
Hoewel hij zowel in zijn titel als in de inhoud van zijn boek af en toe lichtelijk overdrijft maakt Howard een aantal terechte opmerkingen. “Life Without Lawyers” kan zo ook de Nederlandse lezer die met steeds verdergaande regelgeving geconfronteerd wordt aan het denken zetten.
Tuesday, 30 June 2009
CIA werft op Wall Street
Dankzij de crisis op een zijspoor? Van gekkigheid niet meer weten waar de miljoenen aan te spenderen? Of zin om de cubicle te verruilen voor een spannender werkomgeving? Wall Street bankiers die zich aangesproken voelen kunnen zich opmaken voor een nieuwe baan. Als geheim agent.
Handig gebruik makend van de crisis lanceerde de CIA onlangs een reclamecampagne speciaal voor bankiers. "Economische, financiële en andere geldexperts," vertelt een radiospotje, "als de jacht op het grote geld niet genoeg is, dan heeft de CIA een missie voor u. 'Make a difference in your career and for your nation.'"
Ex-bankiers moeten echter niet denken dat ze ooit in Noord-Korea gedropt zullen worden om het regime omver te gooien. Ook acties om Iran's uraniumcentrifuges op te blazen of verhoorsessies à la Jack Bauer zijn onwaarschijnlijk. Ze worden binnengehaald vanwege hun financiële kennis en opleiding, aldus CIA woordvoerdster Marie Harf. "Nationale veiligheid omvat onderdelen als terrorisme- en drugsbestrijding en het tegengaan van handel in nucleair materiaal. Dat zijn stuk voor stuk gebieden waar we sollicitanten met economische en bancaire achtergronden goed kunnen gebruiken."
De ex-bankiers zullen natuurlijk het meest moeten wennen aan de CIA salarissen. Afhankelijk van hun ervaring betalen de banen die voor hen open staan tussen de $60.000 en $160.000 per jaar. Hij is zich ervan bewust dat het een schijntje is in vergelijking met wat ze vroeger verdienden, zegt CIA recruitment officer Ron Patrick, maar "mensen die hier komen werken willen hun land dienen en dat vereist een andere 'mind set' dan voor de grootst mogelijke winst gaan. Wie die omslag kan maken zal zich bij ons helemaal thuis voelen."
Die instelling alleen is niet voldoende. Geïnteresseerden die vorige week op gesprek werden uitgenodigd - op een geheime locatie, ergens in New York - moeten voordat ze een aanbieding kunnen krijgen ook nog langs de leugendetector. En of de Wall Streeters, die jarenlang volhielden dat het wel verstandig is om hypotheken en leningen te verstrekken aan mensen zonder baan of eigen vermogen, daar doorheen komen is zeer de vraag.
Reuters interview waarin CIA's Ron Patrick de criteria uitlegt -- voor zover hij dat "on camera" kan.
Handig gebruik makend van de crisis lanceerde de CIA onlangs een reclamecampagne speciaal voor bankiers. "Economische, financiële en andere geldexperts," vertelt een radiospotje, "als de jacht op het grote geld niet genoeg is, dan heeft de CIA een missie voor u. 'Make a difference in your career and for your nation.'"
Ex-bankiers moeten echter niet denken dat ze ooit in Noord-Korea gedropt zullen worden om het regime omver te gooien. Ook acties om Iran's uraniumcentrifuges op te blazen of verhoorsessies à la Jack Bauer zijn onwaarschijnlijk. Ze worden binnengehaald vanwege hun financiële kennis en opleiding, aldus CIA woordvoerdster Marie Harf. "Nationale veiligheid omvat onderdelen als terrorisme- en drugsbestrijding en het tegengaan van handel in nucleair materiaal. Dat zijn stuk voor stuk gebieden waar we sollicitanten met economische en bancaire achtergronden goed kunnen gebruiken."
De ex-bankiers zullen natuurlijk het meest moeten wennen aan de CIA salarissen. Afhankelijk van hun ervaring betalen de banen die voor hen open staan tussen de $60.000 en $160.000 per jaar. Hij is zich ervan bewust dat het een schijntje is in vergelijking met wat ze vroeger verdienden, zegt CIA recruitment officer Ron Patrick, maar "mensen die hier komen werken willen hun land dienen en dat vereist een andere 'mind set' dan voor de grootst mogelijke winst gaan. Wie die omslag kan maken zal zich bij ons helemaal thuis voelen."
Die instelling alleen is niet voldoende. Geïnteresseerden die vorige week op gesprek werden uitgenodigd - op een geheime locatie, ergens in New York - moeten voordat ze een aanbieding kunnen krijgen ook nog langs de leugendetector. En of de Wall Streeters, die jarenlang volhielden dat het wel verstandig is om hypotheken en leningen te verstrekken aan mensen zonder baan of eigen vermogen, daar doorheen komen is zeer de vraag.
Reuters interview waarin CIA's Ron Patrick de criteria uitlegt -- voor zover hij dat "on camera" kan.
Subscribe to:
Posts (Atom)