Sunday, 9 March 2008

Four more years?

Terwijl alle ogen op de kandidaten gericht zijn zou je president Bush bijna vergeten. Hij gebruikt die rust om zijn politieke erfenis veilig te stellen. Met zijn last-minute wetgeving lijkt hij het leven van een eventuele Democratische opvolger zo moeilijk mogelijk te willen maken.

President Bush heeft nog maar een paar maanden te gaan in het Witte Huis en gebruikt deze tijd om terug te kijken. Hij lijkt het er ook nog even van te nemen. Terwijl hij op John McCain stond te wachten deed hij een klein dansje voor de pers. Buiten de spotlights om is hij echter druk bezig zijn politieke nalatenschap veilig te stellen.

Terrorismebestrijding en de oorlog in Irak zijn de belangrijkste onderdelen van die nalatenschap. Zaterdag sprak hij in zijn wekelijkse radiopraatje zijn veto uit op de zogenaamde "enhanced interrogation techniques." Deze hardere ondervragingstechnieken staan sinds het begin van de War on Terror ter discussie en zij worden, op basis van het VN Verdrag tegen marteling, internationaal als marteling beschouwd.

Volgens Bush zijn ze echter nodig, “because the danger remains, we need to ensure our intelligence officials have all the tools they need to stop the terrorists.” Ook voldoen ze volgens Amerikaanse wet niet langer aan de omschrijving van marteling, omdat men de criteria daarvoor na 9/11 verscherpt heeft.

De Democratische meerderheid in het Congres wilde de hardere technieken bij wet verbieden. Naar hun mening zijn de technieken die het leger gebruikt ook goed genoeg voor de CIA. Bush sprak zijn veto over dat wetsvoorstel uit omdat de CIA een ander soort verdachten ondervraagt dan het leger. CIA agenten hebben daarom ruimere bevoegdheden nodig. “The fact that we have not been attacked over the past six and a half years is not a matter of chance," zei Bush. " And this is no time for Congress to abandon practices that have a proven track record of keeping America safe.”

Eerder deze week gaf Bush senator John McCain, de Republikeinse presidentskanidaat, zijn goedkeuring. McCain is voorstander van de hardere ondervragingstechnieken. Hij heeft zich ook uitgesproken Bush' politiek in Irak voort te zetten. Enerzijds levert dit de Democraten een goed wapen op voor de verkiezingen in november. Een overwinning voor McCain levert niets anders op dan een derde termijn voor Bush' politiek is hun redenering.

Anderzijds levert het terugdraaien van deze last-minute wetgeving een eventuele Democratische president veel extra werk op. Want plannen omzetten in wetgeving kost tijd, hoe hard er ook tijdens de campagne om verandering geroepen is.

Thursday, 6 March 2008

Obama onder vuur

Hillary Clinton klaagde lange tijd dat journalisten pers Barack Obama een voorkeursbehandeling gaven. Zij vindt dat de media het proces van fundraiser Antoin “Tony” Rezko daarom uitvoerig moet behandelen. Deze manipulatiepoging dient echter genegeerd te worden.

Het amusementsprogramma Saturday Night Life nam de vermeende soepele mediabehandeling van Obama op de hak. Tijdens een debat kreeg het Clinton typetje de ene na de andere lastige vraag; het Obama typetje werd alleen gevraagd of hij lekker zat en of hij een extra kussen wilde.

"I told you so," was Clinton's reactie. Zij greep de grap met beide handen aan om duidelijk te maken wat zij al maanden probeerde te vertellen. De media was net zo onder de invloed van Obama's rethoriek als de kiezers. Terwijl zij zich moest verantwoorden over belastingpapieren waar de pers maar geen inzage in krijgt, gaven journalisten hem "an easy ride."

De media trok zich deze kritiek aan en de afgelopen dagen vroegen "talking heads" elkaar of Clinton misschien gelijk had. Hoe hard de journalisten het ook spelen, als hun objectiviteit in twijfel wordt getrokken komen ze in actie.

Het proces van Tony Rezko daarom als geroepen. Deze voormalige Obama fundraiser staat terecht wegens omkoping en het aannemen van steekpenningen. In 2004 doneerde hij $10,000 aan Obama's senaatscampagne en in deze campagne gaf hij de presidentskandidaat $150,000. Obama's campagneteam heeft dat geld inmiddels aan het goede doel overgemaakt, maar daarmee is de zaak nog niet afgelopen.

In 2005 kochten de Obama's met hulp van Rezko`s vrouw een huis dat ze zelf niet konden betalen. Hoewel er weinig aan de hand lijkt - Obama kreeg een goede deal van een bekende die op dat moment brandschoon leek - is de transactie voor de pers aanleiding om in zijn verleden te duiken. In de berichtgeving gaat de pers, aangespoord door Clinton's campagneteam, echter net zoveel in op Rezko's proces als hun eigen handelen.

Uit deze zelfbevlekking zal niets goeds voortkomen. Als de media de zaak uitvoerig gaat verslaan lijken ze naar Clinton's pijpen te dansen. Het feit dat Obama hoogstwaarschijnlijk niets te verwijten valt kan tot tot de beschuldigingen"mediahype" en "hetze" leiden. Obama kan aangrijpen om journalisten tot een nieuwe zelfanalyse te dwingen. Als ze wel naar Clinton luisteren en niet naar hem, gooien ze hun objectiviteit alsnog te grabbel.

Het is echter niet gek dat de pers meer aandacht besteed aan Clinton's verleden. Sinds 1992 staat ze in de publieke belangstelling. Affaires, politieke blunders en misstappen die Bill beging als president - en die ook haar worden aangerekend - zijn al eens breed uitgemeten en makkelijker in de herinnering te brengen. Bovendien hoort een deel van dat verleden tot de openbaarheid: de president en de first zijn uiteindelijk ook maar gewoon ambtenaren.

Dat Clinton de pers nadrukkelijk vraagt de Rezko zaak te onderzoeken is een begrijpelijke tacktiek. Zij doen het vuile werk en zij is gevrijwaard van "dirty politics." Dat ze de echter denkt de media te kunnen manipuleren is belachelijk. Journalisten worden betaald om de onderste steen boven te halen. Is er niets te melden, dan is er niets te melden.De pers moet niet eens ingaan op haar verzoek om - op basis van journalistieke objectiviteit - zijn wandelgangen evenveel aandacht te geven als de hare.

Bovendien, wie op basis van zijn - of haar - uitgebreide publieke verleden over meer ervaring claimt te beschikken moet niet gek opkijken als dat verleden vervolgens zorgvuldiger onder de loep wordt genomen.

Sunday, 2 March 2008

"Be afraid. Be very afraid."

Hillary Clinton en John McCain waren het deze week over één ding met elkaar eens. Kiezers moeten bang zijn voor Barack Obama.

“Het is drie uur `s nacht. Je kinderen liggen veilig te slapen. In het Witte Huis gaat plots de telefoon. Er is iets gebeurd in de wereld. Wie wil jij dat er opneemt?” Het campagneteam van Hillary Clinton, verantwoordelijk voor deze reclame, weet het antwoord wel.
Clinton kiest met deze reclame voor één van de makkelijkste strategieën in verkiezingstijd. Maak de kiezers bang. Jaag ze zoveel schrik aan dat ze niet voor je tegenstander durven te kiezen.

Ook de Republikeinse partij speelde voor boeman. De conservatieve radio presentator Bill Cunningham noemde tijdens een campagnebijeenkomst voor John McCain Obama voortdurend "Barack Mohammed Hussein Obama," alhoewel "Mohammed" geen deel is van zijn naam. Volgens Cunningham zou het een grote klap voor Amerika zijn als "Barack Mohammed Hussein Obama can be elected the president of this country in these difficult terrorist times." Op de valreep noemde hij hem ook nog een "black separatist" en een "black racist."

Dit ging McCain te ver en hij bood zijn excuses aan. Desondanks legde hij zelf enkele dagen later ook de angstkaart op tafel. Hij vroeg mensen wie ze meer vertrouwde als commander in chief en zei dat Amerika met een president zonder legerverleden niet langer veilig zou zijn.

Deze tactiek is niet nieuw. Geen land ter wereld waar de bevolking volgens zijn politici zo bang moet zijn als Amerika. Zijn het geen Moslim-extremisten, dan zijn het wel communisten, Chinezen, homo's, negers of illegalen.Wie niet beter weet, zou denken dat Amerikanen zich het liefst de hele dag bibberend onder hun bed verstoppen. Dat kan toch niet de opzet van deze boodschappen zijn?

De reden dat politici deze tacktiek kiezen is het Amerikaanse twee-partijen systeem waarin je op twee manieren kan winnen. Optie Eén is de kiezers te overtuigen van het gelijk van je politieke standpunten. Je gaat met ze in discussie waarom jij het beter bent dan je tegenstander. Dat vergt tijd, moeite en inspanning.

Gelukkig is er Optie Twee: zorg dat je tegenstander verliest. In makkelijke hapklare soundbites vertel je wat hij niet kan. Zelf hoef je je niet meer druk te maken over je eigen ideeën en je vertelt mensen alleen dat ze niet op hem moeten stemmen. Als je genoeg mensen wegjaagt, win je vanzelf.

Obama laat zich echter niet bang maken en in no time kwam hij met een eigen commercial. "The question is not about who's picking up the phone. The question is about what kind of judgment will the person who answers the phone have. We already had a red phone moment. It was the decision to invade Iraq, and Clinton picked up the phone and gave the wrong answer."

Met minder dan een dag te gaan tot Super Tuesday Junior heeft Clinton alleen zichzelf te pakken met haar angst boodschap die de plank misslaat. Is ze zelf bang aan het worden nu het einde van haar campagne steeds dichterbij lijkt te komen?