Thursday, 31 January 2008

De rollen zijn omgedraaid

Het debat van gisteravond tussen de twee Democratische presidentskandidaten was van historische waarde. Maar niet omdat de kandidaat sowieso een minderheid gaat worden.

Het eerste wat Hillary Clinton en Barack Obama gevraagd werd was om de verschillen tussen hun politieke visie te benoemen. Tijdens het antwoord van zowel Obama als Clinton bleek dat die niet erg groot zijn. Zij zijn allebei voor een voor iedereen betaalbare ziektekostenverzekering; ze willen allebei zo snel mogelijk de troepen uit Irak terug trekken; en beiden gaan zich sterk maken om iedereen het presidentschap van George Bush zo snel mogelijk te laten vergeten.

De kandidaten spraken met en over elkaar met respect, vielen elkaar niet in de rede en niemand gooide met modder. Hoewel er verschillen zijn, zal het voor de aanhangers van de verliezer niet moeilijk zijn zich achter de uiteindelijke winnaar te scharen.

Die eensgezindheid in de Democratische partij is historisch ongekend; wat echter zo mogelijk nog ongekender is is de verdeeldheid in de Republikeinse partij. Normaal gesproken is de Grand Old Party een baken van eenheid. Conservatief, Christelijk, voor het gezin, tegen het homohuwelijk en vol wantrouwen tegen belastingen en global warming.

Maar met Mitt Romney en John McCain staan de tegenstellingen in de partij opeens in vol daglicht. Romney doet het goed bij de Christelijke oerconservatieven. Hij ziet het gezin als de steunpilaar van de samenleving en laat kans onbenut om zijn kwaliteiten als behoudende zakenman te propageren.

McCain is de vechtjas. Hij stelt zich op als de aangewezen man in de War on Terror; de man die zich zijn hele leven in dienst van het land heeft gesteld, terwijl Romney bezig was zijn zakken te vullen. Maar McCain is overtuigd van de ernst van global warming; met zijn "straight talk campaign" heeft hij Amerikaanse arbeiders tegen de schenen geschopt door te stellen dat sommige banen die naar lage-lonen-landen zijn vertrokken, niet meer terug komen.












Binnen de liberale tak van de Republikeinse partij is de steun van gouveneur Arnold Schwarzenegger en de voormalige presidentskandidaat Rudy Giuliani met gejuich ontvangen. De conservatieven gruwen echter van die endorsements. Giuliani is met zijn twee ex-vrouwen en vermeende losbandige liefdesleven niet het voorbeeld waar ze naar zoeken. Schwarzenegger doet het als Republikein weliswaar goed in het Democratische bolwerk Californie, maar alleen door ver - volgens sommigen te ver - naar de Democraten over te hellen.

En daarmee zijn de rollen omgedraaid. Binnen de Republikeinse partij denken velen er al over thuis te blijven tijdens de presidentsverkiezingen in november als hun favoriete kandidaat de nominatie misloopt. Zij zien liever een Democraat winnen dan een Republikein waar ze niet 100 procent achter staan. Dankzij die tot nu ongekende verdeeldheid is het zo goed als zeker dat wij gisteravond tijdens het Democratische debat de nieuwe president in actie hebben gezien, wie van de twee het ook wordt.

Wednesday, 30 January 2008

Ouderdom komt met gebreken

Het veld is terug gebracht tot vier serieuze kandidaten en de handschoenen gaan nu echt uit. Kandidaten vallen elkaar's ras, geslecht en geloof aan. De vraag is wanneer John McCain aan de beurt is.

De Democraten waren er al langer mee bezig. Volgens Bill Clinton stelde de overwinning van Barack Obama in South Carolina niet zoveel voor, omdat hij slechts dankzij de zwarte stemmers zou hebben gewonnen. De voormalige president zei het niet met zoveel woorden, maar hij vergeleek Obama met Jesse Jackson, een andere zwarte kandidaat die alleen bij andere negers goed scoorde.

Eerder werd Hillary Clinton er al van beschuldigd haar vrouw-zijn te hebben gebruikt door vlak voor haar overwinning in New Hampshire een traan weg te pinken. Een typische vrouwenactie was het commentaar van sommige tegenstanders.

Mitt Romney wordt al vanaf het begin van zijn campagne op zijn geloof aangesproken. Krantenkoppen als "A Mormom in the White House" en "Is America Ready for a Mormon President?" gaan dieper in op zijn persoonlijke overtuiging dan op zijn kwaliteiten als politicus.

John McCain is tot nu toe de dans ontsprongen. Als blanke, Christelijke man lijkt er minder op hem aan te merken dan op een neger, vrouw of Mormoon. Maar het kan niet lang duren voordat ook hij aan de beurt is. McCain is namelijk verreweg de oudste presidentskandidaat ooit. Op 29 augustus wordt hij 72.

Zijn tegenstanders zullen dat binnenkort tegen hem gaan gebruiken. Zijn fysieke gestel zal in twijfel worden getrokken en, als het spel echt hard gaat worden, zullen zij vragen over zijn geestelijke gezondheid gaan stellen. De zes jaar die McCain als krijgsgevangene in Vietnam doorbracht zal daarbij ook een rol gaan spelen. McCain is in die tijd namelijk gemarteld en wat zal het effect daarvan zijn? Is het land klaar voor een oude man met oorlogstrauma's? Kan Amerika het risico nemen een president te kiezen die oud genoeg is om dement te zijn?

Nadat the race card, the gender card en the faith card zijn gespeeld is het slechts een kwestie van tijd voordat de age card op tafel komt.

Thursday, 17 January 2008

Zieke communicatie

Amerikaanse medicijnmakers zijn begaan met het lot van hun patienten. Zolang ze tenminste ziek genoeg zijn om de angstaanjagende farmaceutische reclames te geloven.

De Amerikaanse farmaceutische industrie geeft jaarlijks twee keer meer uit aan marketing dan aan R&D, blijkt uit een recent onderzoek. Nu lijkt $60 miljard voor promotie veel geld, maar de tijd dat medicijnen zichzelf verkochten is voorbij. Voor alles bestaat inmiddels een vaccin en levensbedreigende ziektes zijn zo goed als genezen. Dat is prachtig nieuws, behalve als je een farmaceutische fabriek hebt. Om je bedrijf gezond te houden heb je patiënten nodig.

Gelukkig werkt het systeem mee: één op de zeven Amerikanen is onverzekerd. Voor hen is voorkomen niet alleen beter dan genezen. Het is de enige oplossing die ze kunnen betalen. Recepten, spreekuren en controles zijn onbetaalbare luxeproducten. Bij gebrek aan professionele hulp moeten deze mensen zelf voor dokter spelen; en de farmaceutische industrie is zo vriendelijk deze amateur artsen met de diagnose te helpen.

Als een leek denkt dat hij gewoon wat kriebel heeft, vertellen de marketeers van de farmaceutische industrie dat het Winter Itch Allergy is; als iemand `s avonds in bed met zijn benen beweegt, is dat Restless Leg Syndrome; en een schraal gevoel aan je voeten is een Athlete’s Foot.

Dit zijn stuk voor stuk ongemakken en symptomen waar men vroeger achteloos de schouders over ophaalde. Maar omdat de farmaceutische industrie graag medicijnen tegen deze kwalen aan de man wil brengen, worden miljarden gespendeerd om ze als ernstige ziektes met potentieel dodelijke gevolgen te positioneren. Hoe meer alle 47 miljoen onverzekerde Amerikanen als allesvrezende hypochonders door het leven gaan, des te groter is hun behoefte aan geneesmiddelen.

Zo bekeken is het logisch dat medicijnmakers meer geld aan marketing dan aan onderzoek uitgeven. Iemand genezen is makkelijk; mensen ziek maken, dat is de kunst.