Wat doen ze hier? Vermaken ze zich? Hoe ervaren ze de stad, het land en de mensen? Het eerste deel in een nieuwe serie.
“Behalve over die lui in het Witte Huis” kan David Kruijff (34) niets negatiefs over de stad zeggen. DC doorstaat de test als woonplaats. Klein, overzichtelijk en internationaal georiënteerd. “Het is een soort Den Haag, met al die ministeries en monumenten.”
Toch mist hij iets authentieks. “Mensen zitten hier een paar jaar en trekken dan weer verder. De echte Washingtonian bestaat niet” Dat is een gevolg van het politieke machtscentrum dat DC is. Na iedere verkiezing volgt een volksverhuizing: de verliezers en hun personeel gaan terug naar hun staat en maken plaats voor de winnaars.
Als je bedenkt dat er iedere twee jaar senatoren en afgevaardigenden gekozen worden, is de onrust verklaarbaar. Tel daarbij de komende en vertrekkende medewerkers van de Wereldbank, Het Internationale Monetaire Fonds, tientallen denktanks, ambassades, duizenden studenten en toeristen bij op en de chaos lijkt compleet.
Op straat is daar echter weinig van terug te zien. Met 700.000 inwoners mist DC de hektiek van de miljoenenstad New York. Ook de hoogbouw ontbreekt, omdat ooit besloten is dat niets in de stad hoger mag zijn dan de koepel van het Capitol. De enige uitzondering is het monument voor George Washington. Met zijn 170 meter torent “de Naald” boven alles uit. “Eigenlijk is DC een soort dorp,” zegt Kruijff, “maar dan wel met werelduitstraling.” Iets waaraan hij iedere dag herinnerd wordt als hij op weg naar zijn werk het Witte Huis passeert.
Kruijff werkt als microfinance consultant bij de International Finance Corporation (IFC), onderdeel van de Wereldbank, en woont sinds een jaar in DC. De combinatie van IFC's goede reputatie, expertise en internationale medewerkers maakt het bedrijf tot een perfecte werkgever. “Het is het Walhalla van microfinance,” zegt hij; iets waar hij sinds zijn eerste kennismaking met deze vorm van ontwikkelingshulp in 1990 verliefd op geworden is. “Het is zo cool om te zien hoe je met kleine projecten mensen kan helpen.”
Daarom stoort de manier waarop Amerikanen met hun minderbedeelden omgaan hem zo. “Dak- en thuislozen worden structureel uit het centrum weggehouden, omdat ze niet in het plaatje passen. Aan de ene kant al die monumenten die de grootsheid van Amerika vertellen en daarnaast een zwerver...dat kan natuurlijk niet. Hoe is dat toch mogelijk in een land dat zo rijk is?”
Op termijn zou hij zich graag in een hulporganisatie verdiepen en ze vanuit zijn eigen expertise helpen, zegt hij, “en in de tussentijd doe ik wat ik kan. Vorig weekend sprak een dakloze mijn vrouw en mij aan op straat. We hebben haar mee naar huis genomen en te eten gegeven.” Het lost het probleem niet op, maar het is beter dan de manier waarop de stad ze behandelt, zegt Kruijff.
Tuesday, 6 November 2007
Saturday, 3 November 2007
Presidentiële najaarsmode
Geen verkiezing zonder merchandise. Maar wat loopt het beste uit de collectie? Tijd om een rondje te bellen.
De winkel van Senator Barack Obama heeft alles wat je van een kandidaat kan verwachten, maar volgens Kathy ("geen achternaam, graag") verkoopt de Fall Gear het beste.
Zij schat de verkoop van de long sleeves “in de duizenden," maar “zonder uitvoerig onderzoek kan ik geen precieze cijfers geven.” Opvallend detail: de winkel verkoopt speldjes, terwijl Obama's besluit zelf geen Stars and Stripes pin meer te dragen onpatriotistisch zou zijn.
Mitt Gear vliegt weg, zegt Brain Harlen, maar de baseball cap staat ongetwijfeld aan kop. “ Ik heb er zeker meer dan 3,000 verkocht.”
Speldjes en buttons lopen ook lekker, zegt hij, maar de waterfles, die pas sinds kort in de schappen ligt, doet het boven verwachting goed. Harlen is druk met nieuwe items, maar “kan daar nog niets over zeggen. Ik wacht op goedkeuring van het hoofdkantoor.”
Senator John McCain's winkel is moeilijk te vinden via de site; zijn collectie is bovendien de kleinste van alle kandidaten. Ben Olson vertelt eerst dat de stickers de absolute knaller zijn, bedenkt zich en zegt dat “eigenlijk alles heel erg goed loopt.” Meer details kan hij verder niet geven en verwijst voor verdere vragen naar de persafdeling.
Opvallend detail: McCain's autobiografie “Faith of my Fathers” is niet via de site te koop; de DVD wel.
Opvallend tweede detail: McCain verkoopt zijn spullen voor adviesprijzen die niet mis zijn. De aangeraadde prijs voor de DVD is $50,-; voor een petje kan het beste $75,- betaald worden, aldus de site.
Keith Shiry runt zowel de winkel van John Edwards als die van Dennis Kucinich. De voormalig universiteitsprofessor in de politieke wetenschappen en Democratisch zakenman - “ik zou nooit iets Republikeins kunnen verkopen” - weet wat mensen willen. “ The biggest bang for their buck,” oftwel wat het goedkoopste is, verkoopt het best.
Deze regenboog sticker is volgens Shiry populair bij homo's. 
Deze button waarschijnlijk niet.
Beide winkels verkopen de usual suspects – buttons, stickers en T-shirts – maar Shiry handelt snel. Als genoeg mensen hem om iets speciaals vragen, belt hij het hoofdkantoor om het item toe te voegen. Tot dusverre hebben ze hem nog nooit iets geweigerd. Hij verwacht binnenkort magnetische bumperstickers in het assortiment op te nemen.
Opvallend detail: Shirey heeft ook de site http://draftgore.com/ opgezet. Via deze site roept hij de oud Vice-President op zich kandidaat te stellen.
Het winkelpersoneel van beide frontrunners Senator Hillary Clinton en Rudy Giuliani weigerden hun best selling item prijs te geven.
Dan maar het meest opvallende item uit hun shop.
Voor de kiezer van morgen: de Rudy slab (9 halen, 11 betalen?)
Hillary is de enige kandidaat die spullen onder de
kop "Jewelry" verkoopt. Sexistisch of goede marketing?
De winkel van Senator Barack Obama heeft alles wat je van een kandidaat kan verwachten, maar volgens Kathy ("geen achternaam, graag") verkoopt de Fall Gear het beste.

Zij schat de verkoop van de long sleeves “in de duizenden," maar “zonder uitvoerig onderzoek kan ik geen precieze cijfers geven.” Opvallend detail: de winkel verkoopt speldjes, terwijl Obama's besluit zelf geen Stars and Stripes pin meer te dragen onpatriotistisch zou zijn.
Mitt Gear vliegt weg, zegt Brain Harlen, maar de baseball cap staat ongetwijfeld aan kop. “ Ik heb er zeker meer dan 3,000 verkocht.”

Speldjes en buttons lopen ook lekker, zegt hij, maar de waterfles, die pas sinds kort in de schappen ligt, doet het boven verwachting goed. Harlen is druk met nieuwe items, maar “kan daar nog niets over zeggen. Ik wacht op goedkeuring van het hoofdkantoor.”
Senator John McCain's winkel is moeilijk te vinden via de site; zijn collectie is bovendien de kleinste van alle kandidaten. Ben Olson vertelt eerst dat de stickers de absolute knaller zijn, bedenkt zich en zegt dat “eigenlijk alles heel erg goed loopt.” Meer details kan hij verder niet geven en verwijst voor verdere vragen naar de persafdeling.
Opvallend detail: McCain's autobiografie “Faith of my Fathers” is niet via de site te koop; de DVD wel.Opvallend tweede detail: McCain verkoopt zijn spullen voor adviesprijzen die niet mis zijn. De aangeraadde prijs voor de DVD is $50,-; voor een petje kan het beste $75,- betaald worden, aldus de site.
Keith Shiry runt zowel de winkel van John Edwards als die van Dennis Kucinich. De voormalig universiteitsprofessor in de politieke wetenschappen en Democratisch zakenman - “ik zou nooit iets Republikeins kunnen verkopen” - weet wat mensen willen. “ The biggest bang for their buck,” oftwel wat het goedkoopste is, verkoopt het best.
Deze regenboog sticker is volgens Shiry populair bij homo's. 
Deze button waarschijnlijk niet.
Beide winkels verkopen de usual suspects – buttons, stickers en T-shirts – maar Shiry handelt snel. Als genoeg mensen hem om iets speciaals vragen, belt hij het hoofdkantoor om het item toe te voegen. Tot dusverre hebben ze hem nog nooit iets geweigerd. Hij verwacht binnenkort magnetische bumperstickers in het assortiment op te nemen.
Opvallend detail: Shirey heeft ook de site http://draftgore.com/ opgezet. Via deze site roept hij de oud Vice-President op zich kandidaat te stellen.
Het winkelpersoneel van beide frontrunners Senator Hillary Clinton en Rudy Giuliani weigerden hun best selling item prijs te geven.
Dan maar het meest opvallende item uit hun shop.Voor de kiezer van morgen: de Rudy slab (9 halen, 11 betalen?)
Hillary is de enige kandidaat die spullen onder de
kop "Jewelry" verkoopt. Sexistisch of goede marketing?
Thursday, 1 November 2007
Verboden in te voeren
De Tweede Kamerdelegatie verwierp tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten het verzoek Guantanamo Bay gevangenen over te nemen op morele, politieke en praktische gronden. Door inhoudelijk op het verzoek in te gaan, gingen de Kamerleden voorbij aan het feit dat de Amerikaanse regering geen rechtsgrond heeft hen vast te houden.
De gevangenen in Guantanamo Bay zijn niet veroordeeld. Ze zijn niet in staat van beschuldiging gesteld. Zij zijn criminelen noch krijgsgevangenen, maar bij presidentieel besluit al bijna zes jaar buiten de bestaande rechtsorde geplaatst.
In Nederland is men al geruime tijd kritisch over de gang van zaken op Cuba. De Kamerleden lijken echter een kans gemist te hebben hun gesprekspartners te confronteren met die kritiek en de daaraan ten grondslag liggende jarenlange Amerikaanse manipulatie van de internationale rechtsorde.
Nadat President Bush de aanslagen van 11 september, 2001 een “an act of war” noemde, beschouwde zijn regering de verantwoordelijken niet als gewone criminelen. Hun misdaad was daarvoor te zwaar en federale rechters zouden ongeschikt zijn over hen te oordelen. Vanaf het moment dat de eerste gevangenen in 2002 in Guantanamo Bay arriveerden, werden vragen van mensen- en burgerrechtenorganisaties over hun juridische status afgedaan met het argument dat Amerikaanse rechtbanken geen jurisdictie hebben op Cuba. Het Amerikaanse Hooggerechtshof wees dit argument in 2004 af omdat de VS Guantanamo Bay sinds 1903 voor eeuwig van Cuba least.
De regering riep daarop, met een beroep op de staatsveiligheid, militaire tribunalen in het leven, waar gevangenen achter gesloten deuren gehoord konden worden. Men wilde voorkomen dat zij de op hen toegepaste verhoortechnieken openbaar zouden maken. Deze technieken – onder andere waterboarding (een methode waarbij een verdrinkingsgevoel wordt nagebootst) - waren vanwege hun effectiviteit tot staatsgeheim verklaard. Als Al Qaida achter die technieken kwam zouden andere terroristen daarop getraind kunnen worden.
Dat het toepassen van deze technieken volgens de V.N. Conventie Tegen Marteling gelijk staat aan martelen, onderving de regering door de definitie van marteling te vernauwen. Aangezien de Geneefse Conventie – waaraan de VS op basis van nationale wetgeving gebonden is – uitgaat van dezelfde definitie als de V.N., zou het toepassen van deze nieuwe technieken tot een internationaal vervolgbare oorlogsmisdaad leiden.
Om ook dit te omzeilen stelde men dat de gedetineerden geen krijgsgevangenen in de klassieke zin zouden zijn, maar “vijandelijke strijders.” Bij het opstellen van de Conventie was met hen geen rekening gehouden en zodoende konden zij geen aanspraak maken op haar bescherming. Het Amerikaanse Hooggerechtshof wees ook dit argument van de hand en oordeelde in 2006 dat de Conventie ook voor vijandelijke strijders geldt.
President Bush trok opnieuw zijn trukendoos open en introduceerde de Military Commissions Act (MCA) en een nieuwe juridische term, “de onwettige vijandelijke strijder.” Deze wet zet de Geneefse Conventie opnieuw buitenspel en geeft de president het privilege te beoordelen wie onwettige vijandelijke strijders zijn.
De MCA legitimeert ook dat Guantanamo Bay gevangenen het grondwettelijke recht ontzegd wordt om binnen een redelijke termijn van een rechter te horen waarom zij gevangen zijn. Dit recht van habeas corpus – al vastgelegd in de Magna Charta (1215) – voorkomt dat mensen opgesloten worden zonder rechtsgrond. De vraag of de MCA op dit punt in strijd is met de Grondwet neemt het Amerikaanse Hooggerechtshof in december in behandeling.
Ook als de MCA ongrondwettelijk wordt verklaard, is daarmee het onrecht dat de gevangenen is aangedaan niet uit de wereld. De regering Bush plaatste de War on Terror in 2001 bewust buiten de internationale rechtsorde en sloot sindsdien iedereen buiten met ondeugdelijk juridisch kunst- en vliegwerk. Nu de druk om de gevangenis te sluiten verder toeneemt, worden bondgenoten aangespoord een helpende hand te bieden.
Nederland dient, zolang de Amerikaanse regering het juridisch vacuüm wil handhaven en geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor de psychische, sociale en financiële schade van de gevangenen, er niet één toe te laten. De Kamerleden hadden het verzoek hierom zonder meer moeten afwijzen in plaats van zich tot inhoudelijke bezwaren te laten verleiden.
De gevangenen in Guantanamo Bay zijn niet veroordeeld. Ze zijn niet in staat van beschuldiging gesteld. Zij zijn criminelen noch krijgsgevangenen, maar bij presidentieel besluit al bijna zes jaar buiten de bestaande rechtsorde geplaatst.
In Nederland is men al geruime tijd kritisch over de gang van zaken op Cuba. De Kamerleden lijken echter een kans gemist te hebben hun gesprekspartners te confronteren met die kritiek en de daaraan ten grondslag liggende jarenlange Amerikaanse manipulatie van de internationale rechtsorde.
Nadat President Bush de aanslagen van 11 september, 2001 een “an act of war” noemde, beschouwde zijn regering de verantwoordelijken niet als gewone criminelen. Hun misdaad was daarvoor te zwaar en federale rechters zouden ongeschikt zijn over hen te oordelen. Vanaf het moment dat de eerste gevangenen in 2002 in Guantanamo Bay arriveerden, werden vragen van mensen- en burgerrechtenorganisaties over hun juridische status afgedaan met het argument dat Amerikaanse rechtbanken geen jurisdictie hebben op Cuba. Het Amerikaanse Hooggerechtshof wees dit argument in 2004 af omdat de VS Guantanamo Bay sinds 1903 voor eeuwig van Cuba least.
De regering riep daarop, met een beroep op de staatsveiligheid, militaire tribunalen in het leven, waar gevangenen achter gesloten deuren gehoord konden worden. Men wilde voorkomen dat zij de op hen toegepaste verhoortechnieken openbaar zouden maken. Deze technieken – onder andere waterboarding (een methode waarbij een verdrinkingsgevoel wordt nagebootst) - waren vanwege hun effectiviteit tot staatsgeheim verklaard. Als Al Qaida achter die technieken kwam zouden andere terroristen daarop getraind kunnen worden.
Dat het toepassen van deze technieken volgens de V.N. Conventie Tegen Marteling gelijk staat aan martelen, onderving de regering door de definitie van marteling te vernauwen. Aangezien de Geneefse Conventie – waaraan de VS op basis van nationale wetgeving gebonden is – uitgaat van dezelfde definitie als de V.N., zou het toepassen van deze nieuwe technieken tot een internationaal vervolgbare oorlogsmisdaad leiden.
Om ook dit te omzeilen stelde men dat de gedetineerden geen krijgsgevangenen in de klassieke zin zouden zijn, maar “vijandelijke strijders.” Bij het opstellen van de Conventie was met hen geen rekening gehouden en zodoende konden zij geen aanspraak maken op haar bescherming. Het Amerikaanse Hooggerechtshof wees ook dit argument van de hand en oordeelde in 2006 dat de Conventie ook voor vijandelijke strijders geldt.
President Bush trok opnieuw zijn trukendoos open en introduceerde de Military Commissions Act (MCA) en een nieuwe juridische term, “de onwettige vijandelijke strijder.” Deze wet zet de Geneefse Conventie opnieuw buitenspel en geeft de president het privilege te beoordelen wie onwettige vijandelijke strijders zijn.
De MCA legitimeert ook dat Guantanamo Bay gevangenen het grondwettelijke recht ontzegd wordt om binnen een redelijke termijn van een rechter te horen waarom zij gevangen zijn. Dit recht van habeas corpus – al vastgelegd in de Magna Charta (1215) – voorkomt dat mensen opgesloten worden zonder rechtsgrond. De vraag of de MCA op dit punt in strijd is met de Grondwet neemt het Amerikaanse Hooggerechtshof in december in behandeling.
Ook als de MCA ongrondwettelijk wordt verklaard, is daarmee het onrecht dat de gevangenen is aangedaan niet uit de wereld. De regering Bush plaatste de War on Terror in 2001 bewust buiten de internationale rechtsorde en sloot sindsdien iedereen buiten met ondeugdelijk juridisch kunst- en vliegwerk. Nu de druk om de gevangenis te sluiten verder toeneemt, worden bondgenoten aangespoord een helpende hand te bieden.
Nederland dient, zolang de Amerikaanse regering het juridisch vacuüm wil handhaven en geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor de psychische, sociale en financiële schade van de gevangenen, er niet één toe te laten. De Kamerleden hadden het verzoek hierom zonder meer moeten afwijzen in plaats van zich tot inhoudelijke bezwaren te laten verleiden.
Subscribe to:
Posts (Atom)